Met een glimlach op zijn gezicht doet hij zijn oefening. Hij experimenteert, lacht en probeert uit hoe hij zijn partner  kan werpen. Frank is wat lang voor zijn leeftijd, heeft een prachtige blonde kuif en zijn ogen vliegen alle kanten uit. Dan is hij weer wat dromerig en lijkt bijna afgeleid, het volgende moment is hij energiek met zijn oefening bezig. Een echte jongen, vol met levenslust en een sterke drive om dingen uit te proberen.

Hij valt niet echt op in mijn grote groep met jiu-jitsu leerlingen. Een van de vele leuke hard werkende en speelse kinderen. Hij vindt het erg leuk als ik hem af en toe een instemmende blik geef. Ik hoef niet veel tegen hem te zeggen. Hij verstaat mijn blikken prima. Soms als ik wat wil uitleggen en hij nog even bezig is, hoef ik slecht te kijken en het is dan net of hij voelt dat ik op hem wacht.

 

Een paar weken terug komt zijn moeder naar me toe en vraagt me of ik Frank ook zo druk vindt. Ik frons mijn wenkbrauwen, schud mijn hoofd ontkennend en vraag haar waarom ze die vraag stelt.

“Op school vinden ze hem heel erg druk en daardoor staat hij heel  vaak op de gang”, zegt ze.

“Hoezo staat hij dan op de gang, wat moet hij daar dan doen?” vraag ik haar.

“Ze vinden hem veel te druk en snel afgeleid en vinden dat ik hem Ritalin moet geven, anders is hij bijna niet te handhaven. Ze sturen hem dan ook voortdurend op de gang als hij druk is.”

Ik ben stom verbijsterd en begrijp er niks van. Als er iets aan dit kind had gemankeerde had ik toch iets moeten merken? Ik zie Frank als een gewone gezonde Hollandse jongen met een normale en gezonde energie. Sterker nog: gelukkig heeft hij veel energie, dan gebeurt er tenminste wat en is het gemakkelijk om hem in actie te krijgen.

“Hoezo Ritalin, sinds wanneer mogen leerkrachten ouders zeggen dat hun kind aan de Ritalin moet”? vraag ik haar nog steeds volstrekt verbijsterd.

“Tja, dat weet ik ook niet”, zegt de moeder, “hij schijnt op school nogal druk te zijn, maar thuis merk ik er niks van, maar een onderzoek heeft uitgewezen dat hij wel wat druk en ongeconcentreerd kan zijn, misschien zit hij wat tegen ADHD aan”.

Nu rollen de ogen zowat uit mijn hoofd, ik heb nog nooit zo’n nonsens gehoord, leerkrachten die ouders zeggen dat hun kind aan de Ritalin moet omdat hij druk doet. Ethisch raakt het helemaal kant noch wal. Een kind wat druk doet en wat teveel energie heeft , wordt als ADHD gekwalificeerd en moet dan maar van de leerkrachten aan de Ritalin. Ik krijg sterk het vermoeden dat het kind Ritalin moet slikken om het onvermogen van de leerkrachten te verdoezelen. Ik merk dat ik kwaad word en niet zo’n een beetje ook.  Toch heb ik nog wat vragen voordat ik helemaal in mijn oordelen schiet.

“Hoe gaat dat dan op school”? vraag ik.

“Hij heeft meerdere leerkrachten en er is er een naar wie hij goed luistert, maar bij de anderen gaat het niet, bij hun is hij druk en luister hij slecht.”

Wat later knoop ik een praatje met Frank aan. Ik vraag hem hoe het op school gaat. Hij vertelt me dat hij heel vaak op de gang staat en dat hij school nogal saai vindt en dat hij vaak snel klaar is met zijn taak en dan wat gaat klieren bij de extra taken

Kennelijk verveelt Frank zich dan. Ik verbaas me over het kennelijke onvermogen van de leerkrachten die moeite met hem hebben. In mijn ogen is Frank een volstrekt normaal en gezond kind.

Wellicht heeft dit met de waan van het huidige onderwijs te maken dat hoe meer je in een kind stopt er ook aan de andere kant veel uit gaat komen. Het product en prestatiegerichte onderwijs perverteert verder en gaat steeds meer plofkinderen voortbrengen en in dit geval niet direct door letterlijk ruimtegebrek, maar wel door figuurlijk ruimtegebrek.
Hoe moeilijk is het om dit kind zelf na te laten denken dit mede op te lossen. Wellicht 10 minuten hardlopen of anderszins bewegen ieder uur? Uitgaan van de wereld van het kind, uitgaan van de klantbehoefte in plaats van stompzinnig productgericht pushen! Daar krijg je ongelukkige kinderen en leerkrachten van. Mensen kopen normaliter pas als ze er behoefte toe voelen. Verleiding en uitdaging werken beter dan pushen. Een kind wil vanuit zichzelf ontdekken en is nieuwsgierig. Een leerkracht hoeft alleen maar slim aan te sluiten op deze behoefte. Het pushen van leerstof en prestaties is als een ongewenste intimiteit, een vorm van verkrachten. Ik vind het ronduit walgelijk en zeer ongewenst hoe er met de huidige generatie kinderen wordt omgegaan. Dit wijt ik overigens niet aan de leerkrachten, maar wel aan de beleidsmakers en managers in het onderwijs. (Lees de brief van de leerkracht eens die niet voor niks stopt vanwege deze trend in het huidige onderwijs:  http://t.co/g63eKeHQlT  )

 

Frank wil spelen en bewegen, uitgedaagd worden met zinvolle en prikkelende taken. Hij wil een duidelijke en stevige leerkracht die hem stimuleert en daar waar nodig liefdevol begrenst. Frank wil graag leren, maar wel vanuit zijn eigen belangstelling.

De leerkrachten die tegen Frank aanlopen worden geconfronteerd met de starheid van het huidige leersysteem waar teveel wordt uitgegaan van de zwakte van kinderen. Waarom niet gewoon beginnen vanuit Frank zijn eigen belangstelling en talenten. Zelfs een gemiddelde verkoper loopt voor op het onderwijs door uit te gaan van de klantbehoefte. Het is vernederend leerkrachten zo te laten werken. De doctrine van inspectie en Cito gaat wel heel erg ver met het stompzinnige opbrengsten gericht onderwijs. Kinderen zijn geen koeien of kippen. Overigens hebben boeren het ook beter door dan al die beleidsmakers. Zij doen er alles aan dat de koe en de kip zich prettig voelen om een optimale opbrengst te krijgen. Waarom wordt dit dan niet toegepast op Frank en al die ander kinderen.

Frank is een prachtig voorbeeld van een gezond en energiek kind, die kennelijk opvalt door zijn levenslust. Demp die niet, maak er gebruik van om hem te laten ontdekken wat hij allemaal kan en wil. Maak hem mede eigenaar van zijn ontdekkingsreis in de wereld van kennis en ontwikkeling. Zowel cognitief, creatief, fysiek, muzikaal, mathematisch, sociaal en kunstzinnig.

 

Heit en Mem

Heit en Mem

Ik ben een gelukkig mens dat ik mijn beide ouders nog heb. Mijn vader is 89 en mijn moeder is 85. Ik mag nog volop van ze genieten. Ondanks hun leeftijd staan mijn Heit en Mem nog volop in het leven. Ze zijn echt een voorbeeld voor mij. Ze zijn open, genieten van het leven en staan volledig in het hier en nu. Ik kan mijn gevoelens en gedachten met hen delen, pittige discussies voeren; niets is ze te gek.

 

Enige tijd geleden ging ik bij ze langs en vroeg mijn ouders hoe het met hen ging. Enthousiast begon mijn Heit te vertellen dat hij en Mem die ochtend een Thaise massage hadden gehad. Mijn mond viel open. Hij vertelde dat hij tegen Mem had gezegd daar wel eens zin in te hebben.

“O “, had Mem gezegd ,”dat lijkt mij ook wel wat, weet je ik google wel even of er hier in de buurt iemand is die dat doet.”

Ze vond een adresje in Leeuwarden, belde en ze konden die zelfde ochtend nog langskomen.

Uitgebreid vertelden ze me hoe fantastisch die massage was geweest. Ik kwam niet meer bij van het lachen en complimenteerde hen intussen met hun ondernemingszin en levenslust.

 

Een ander mooi voorbeeld van open in het leven staan is dat mijn vader mij laatst vroeg: “Zijn er nog dingen uit je opvoeding die je nog dwars zitten richting mij? Wil je me vergeven voor alles waarin ik tekortgeschoten ben? Het spijt me, jammer dat ik toen niet wist wat ik nu weet.”

Het ontroerde me, prachtig hoe hij het verwoordde.

“Dank je wel Heit voor je mooie woorden”, antwoordde ik hem, “ en ik heb je al heel lang geleden alles vergeven. Sterker nog ik ben je dankbaar voor alles wat je mij ooit hebt gegeven, je onvoorwaardelijke liefde en je fouten. Beide had ik nooit willen missen. Jouw fouten hebben mij geleerd te incasseren, het heeft me inzicht in mijzelf gegeven en hierdoor heb ik mezelf kunnen ontwikkelen. Je liefde en je fouten, dus mijn opvoedingsbagage hebben mij mede gemaakt tot wie ik nu ben en daar ben ik je ontzettend dankbaar voor. Stel dat je me een perfecte en correcte opvoeding had gegeven. Ik moet er niet aan denken. Het ongemak en de worsteling die jullie me af en toe bezorgden werkte als een soort conditie training. Door de tijdelijke disbalans die ontstond kon ik groeien en me zelf verbeteren. Dus de opvoedingsbagage die ik van jou heb gekregen heeft mij geholpen te zijn in wie ik nu ben en daar ben ik ontzettend blij mee.  Ik heb er veel van geleerd.

 

Hij had de tranen in zijn ogen en zei: ” Dank je wol leave jonge, ik hald fan dy.”

Ze is een zeer gewetensvolle vrouw die altijd haar uiterste best doet de ander ter wille te zijn. Ze is lang en heeft een donkere oogopslag. Haar energie is zacht en een tikje dromerig. Jaren heeft ze gewerkt als P&O adviseur. Een half jaar terug is ze ontslagen. Ze voldeed niet meer aan het nieuwe profiel. De nieuwe P&O medewerkers dienen assertief en proactief te zijn. Haar grootste gebrek was haar dienstbaarheid en haar hulpvaardigheid.

Ze mocht iemand kiezen om haar te helpen een nieuwe baan te zoeken en het verdriet te verwerken. Zo kwam ze bij mij terecht.

Ze vertelt me dat ze te lief is en grenzen wil leren stellen en assertiever worden. “Hoezo te lief?” vraag ik, “wat is er dan mis met lief zijn?”“Volgens mijn manager geef ik mensen te gemakkelijk hun zin en houden ze daardoor geen rekening met mij en de belangen van ons bedrijf.  Hij vindt dat ik hierdoor niet geschikt ben voor P&O werk en ik denk dat hij misschien wel gelijk heeft. Ik moet assertiever worden.”

We gaan aan de slag en onderzoeken haar leervraag. Uiteindelijk komen we er achter dat ze, ongeacht welke baan ze heeft, weer dienstbaar en hulpvaardig zal en wil zijn. Dit zijn haar kwaliteiten en het is belangrijk voor haar dat ze die kan inzetten.

Uit ons gesprek blijkt dat als iemand emotioneel  of dominant overkomt, ze als beschermingsmechanisme in gedachten een soort kamertje creëert waar ze heen kan vluchten. Ze houdt van harmonie en bij disharmonie is dat haar uitweg.  Dit kamertje is stevig begrensd met sterke muren en voelt veilig aan. Het lijkt dan of ze er niet meer is, zodat de mensen om haar heen minder rekening met haar houden. Iemand die er niet is doet er minder toe.  Ze laat van alles over haar heenkomen en zaken aan haar voorbij gaan door haar afwezigheid.

Assertiviteit heeft ze niet nodig en ze hoeft ook geen grenzen te stellen. Ze begrenst zichzelf eerder te veel.  Ze kan haar grenzen en muurtjes beter op heffen en te voorschijn te komen met de kwaliteiten die ze wel heeft, zodat ze gezien wordt. Door aanwezig en in contact te zijn kan ze lief en hulpvaardig naar zichzelf en de ander zijn. Dan is ze in balans met haarzelf en wat ze organisaties kan brengen.

Zodra in ons gesprek haar dit duidelijk wordt valt het kwartje.  “Wat ben ik hier blij mee, want het voelde al zo raar om assertief te moeten doen en grenzen te trekken. Het is alsof er een blok van mijn hart valt. Ik weet niet of het me direct lukt om niet meer naar mijn gedachtekamertje te vluchten, maar ik zal er op letten en er voor zorgen dat ik aanwezig ben.”

Ik was geraakt door deze zachte en lieve vrouw.  Wat een verademing als mensen die zogenaamd te lief zijn te voorschijn komen. Hoezo te lief? We mogen oneindig veel liever zijn naar onszelf en de ander. Vrede op aarde:)

In een workshop die ik gaf hadden we het over lichaamstaal, houding en onze gevoeligheid voor negatieve gedachten en oordelen naar elkaar. Vooral het belang van erkenning en waardering kwam aan bod omdat het mensen laat groeien en veel motivatie geeft. Na afloop van de workshop kwam er een man naar me toe. “Ik ken je nog maar een uur, maar het is net of we elkaar al jaren kennen. Ik heb het gevoel dat jij me wel gaat begrijpen. Ik ben al wat ouder en mijn bazen willen me aan de kant zetten. We moeten bezuinigen en ze vinden mijn functie van huismeester overbodig. Ik houd mijn complex netjes en de bewoners zijn blij met me. Ik knap veel zaken op voor de bewoners en ik probeer steeds het sociale gezicht van ons bedrijf te vertegenwoordigen. Ik let op of mijn oudjes niet verkommeren of verpieteren vanuit de eenzaamheid die er vaak is. Nu moest ik bij mijn bazen komen en vroegen ze me of ik niet wat anders zou willen doen of misschien wat eerder wilde stoppen.”
De tranen kwamen in zijn ogen. “Maar ik vind het zo zinvol wat ik doe. Aan de bewoners merk ik hoe belangrijk ik voor ze ben. En als ze mijn baan afnemen, wat moet ik dan? Door mijn werk hoeven heel veel andere kosten niet gemaakt te worden, dat weet ik zeker. Ik heb het daarover gehad met mijn manager. Hij keek alleen wat meewarig naar mij, alsof ik gek was. Dat deed mij zo’n pijn. Ik vertel je dit verhaal opdat jij het door kunt vertellen. Het is toch belangrijk dat we zorg voor elkaar hebben? Ik geloof in wat ik doe, maar ik weet niet of ik het wel red als ik dit niet meer mag doen.”
Zijn verhaal raakte me en dat vertelde ik hem.

Oordelen roepen soms heftige emoties op, zoals blijkt uit de Zwarte Pieten discussie.
Deze emoties kleuren het beoordelingsvermogen en het daaruit voortvloeiend gedrag. Emoties zorgen ervoor dat we dingen moeilijk van elkaar kunnen onderscheiden omdat onze rede en menselijkheid bij sterke emoties minder goed werkt.
Vooral als deze emoties ontstaan vanuit sentiment en oordelen. Het hebben van oordelen is nodig en menselijk, aangezien het onze werkelijkheid vormgeeft. Maar een eenzijdig oordeel beperkt ons en maakt een dialoog onmogelijk.
Sinterklaas is voor mij persoonlijk een prachtig feest, maar voor anderen is het achterhaald en discriminerend.
Het helpt mij dat ik weet waarom anderen het heel anders ervaren en zien. Dat er een groot verschil kan zijn hoe een ieder van ons Zwarte Piet ziet en ervaart is logisch. Ieder van ons heeft zijn eigen verhaal en geschiedenis. Juist in deze persoonlijke verhalen liggen de kansen om wederzijds begrip te krijgen voor elkaars geschiedenis waarin liefde, pijn en tegenstellingen liggen. Ik zie dat als de persoonlijke schatten van een ieder. Iedere gebeurtenis of werkelijkheid heeft altijd meerdere kanten in zich. Door ons te verdiepen in elkaars verhalen kunnen we begrip krijgen voor elkaar en gaan we elkaars schatten op waarde schatten.
Als we ons te veel focussen op ons eigen emotioneel gekleurd oordeel, komen we in de tunnelvisie van onze eigen werkelijkheid terecht en wordt het oordeel een veroordeling van de ander en wat de ander denkt. Discriminatie, racisme en scheldpartijen zijn het gevolg.
Dit gedrag helpt niet om het zwartepiet probleem adequaat op te lossen. Iedereen mag uiteraard denken wat hij wil. Onze denk- en oordeelkracht is enorm en kan ons vooruit helpen, maar ons ook erg beperken. Als we onze denkkracht en menselijkheid gebruiken om volledig te kunnen onderscheiden en waarnemen wat er over en weer werkelijk speelt komt er ruimte. We gebruiken dan ons volledige beoordelingsvermogen. De emotie en het sentiment kunnen dan oplossen. In feite kijken we dan neutraal. Als we dat toepassen wanneer we het over Zwarte Piet en Sinterklaas hebben, maken we van deze discussie een dialoog en zullen zich vele oplossingen aandienen. Mijn mooiste sinterklaascadeau is en blijft een kleurrijk sinterklaasfeest waarin we ons allemaal kunnen vinden.

Onze gedachten zijn onlosmakelijk verbonden met ons lijf en onze gevoelens en scheppen samen een oneindige denkkracht. Denkkracht waarmee we heerlijk kunnen spelen, ons welbevinden positief kunnen beïnvloeden en kunnen reflecteren. Deze geïntegreerde denkkracht brengt zaken uit het onderbewuste naar het bewuste. Ons voelen en onze emoties vormen met ons denken een groot intelligent geheel. Het besef dat ons bewustzijn zo veel ruimer is dan ons denken opent een gigantische schatkist. Ik kan me een slag in de rondte denken en tegelijk niet bewust zijn. Bewustzijn is veel meer dan wat wij normaliter het denken noemen. Het betekent onder meer dat ik kan kijken naar wat zich afspeelt in mijn bovenkamer, hoe ik mijn denken organiseer, of hoe ik reageer in een bepaalde situatie.
Bewustzijn bevat ook ons dieper ‘weten’ of intuïtie. Ons lijf en onderbewustzijn weten bepaalde zaken al, terwijl het nog niet binnen is gekomen bij ons bewuste denken. We zijn niet getraind en opgeleid om dit proces van bewustzijn te activeren en te versnellen, hoewel er eeuwenoude tradities zijn om dit te realiseren. Meditatie is zo’n oude traditie. Het is een goede manier om te leren ons denken te observeren. Het helpt om onze eigen gedachten, lijf en gevoelens waar te nemen. Door meditatie krijgen we door hoe onze gedachten en gevoelens zich ontvouwen, zonder daar een oordeel over te hebben. Gedachten kunnen of alle kanten uit vliegen of zich bewust in een bepaalde richting bewegen. Door middel van meditatie kun je je denkdiscipline trainen. Je kunt gaan spelen en oefenen met je denken.
Gedachten dienen zich gewoon aan, ze komen op en gaan weer voorbij of laten je niet meer los.. Er zijn ook gedachten die je zelf op kunt laten komen. Je kunt je bijvoorbeeld vrijwillig verbinden met een opkomende gedachte die jij bepaalt. Je laat je daarin vervolgens meegaan. Je surft mee op de golf van die gedachte en tegelijk kijk je als het ware vanaf het strand naar diezelfde surfer. Enerzijds laat je je meevoeren door de gedachten en tegelijkertijd kijk je vanaf een afstand naar de manier hoe de gedachte je meeneemt. Dit vraagt enige oefening en levert vrij snel resultaat op. Je zult merken dat je gedachten veel minder vaak met je op de loop gaan, omdat je met deze oefening leert je gedachten te besturen, stoppen, omdraaien, wat je maar wilt. Een andere vorm van oefenen en spelen met je gedachten is een verplichte verbinding aangaan met een gedachte die zich aan je opdringt. Het verplichtende zit in het gegeven feit dat deze gedachten zich aan je blijven opdringen tot je er aandacht aan besteedt. Bij deze oefening sta je jezelf toe om meegezogen te worden door die bepaalde gedachte. Vaak zijn dit gedachten rond bepaalde thema’s in je leven, zaken waar je nog niet volledig je verantwoordelijkheid in hebt genomen. Deze gedachten maken allerlei emoties los, maar gelijktijdig blijf je op het strand staan.
Vooral bij de laatste vorm, de verplichte verbinding, is het veel moeilijker om te blijven observeren en de positie van waarnemer vast te houden. Zodra je moet ‘vechten’ om die positie te behouden, ben je hem eigenlijk al kwijt. Bij de vrijwillige verbinding kies je zelf het thema van je gedachte, bij de verplichte verbinding laat je een gedachte aan je opdringen en vervolgens is er geen ontkomen aan. Spelen met deze posities maakt je geest flexibel en brengt je in aanraking met de ruimte tussen de gedachten, waar het stil is, rustig en neutraal. Zonder verwachting, zonder oordeel. Hoe vaker je daar komt, hoe rustiger het in het dagelijks leven in je hoofd wordt.

Uit: Spirit en Spruitjes http://www.spiritenspruitjes.nl

Mijn droom voor het onderwijs: focus op talent en experiment

Stel je eens voor: een school waar kinderen voor de deur staan te trappelen om naar binnen te gaan. Kinderen die willen weten hoe de wereld in elkaar steekt en gefaciliteerd worden door een leerkracht die permanent leersituaties creëert vanuit de behoefte van de leerling, de actualiteit, de samenleving, het bedrijfsleven of de school zelf. Niet de leerstof, maar de behoefte van de leerling staat centraal. Wanneer dit het geval is, hebben kinderen een natuurlijke focus en gretigheid om die behoefte te vervullen. Hebben ze daarbij ook de kans om hun eigen talenten te gebruiken, dan gaan ze graag aan de slag en leren ze met plezier. Ze doen dit ook wanneer ze ruimte krijgen om te experimenteren en daarbij ook de kans om dingen te laten mislukken, fouten te maken.

Kinderen beschikken over verschillende soorten talenten. Koppelt een leerkracht deze aan elkaar, dan nodigt hij niet alleen ieder kind uit om het beste van zichzelf te ontwikkelen en in te zetten, maar haalt hij ook het maximale uit de kwaliteit van de groep als geheel.
Sociaal talent bijvoorbeeld, wordt dan gekoppeld aan technisch talent en creatief talent gaat samen met talent voor ondernemerschap. Voer je daarbij ook een andere manier van lesgeven in, dan kunnen kinderen nog meer kwaliteit ontwikkelen. Een deel van de informatie kunnen ze zelf opzoeken en lessen kunnen ook digitaal of in filmpjes worden gegeven. Doe je dit op de wijze waarop bijvoorbeeld Robbert Dijkgraaf dat voor DWDD University doet, dan heb je een aansprekende les van hoog niveau. Topdocenten zouden ook op andere terreinen dergelijke lessen kunnen maken. De huidige manier van uitleggen wordt overbodig. Dat betekent niet dat de leerkracht in de klas dit ook wordt. Integendeel. Hij of zij krijgt veel meer ruimte om te inspireren, uit te dagen, creatief te zijn en het antwoord op de behoefte van dit ene kind te organiseren.

Stel die enthousiaste leerlingen die voor de deur stonden te trappelen, zijn de klas ingegaan en stel dat vandaag in die klas ‘meten en weten’ centraal staat. De hele groep heeft gekeken uit welke aspecten dit onderwerp bestaat, wat ze al weten en wat ze nog willen onderzoeken. Daarna is iedere leerling vanuit de eigen belangstelling en met het eigen talent aan de slag gegaan met een deelaspect. De een onderzoekt de geschiedenis van meten en weten, de ander kijkt of er een verschil is in de manier waarop landen hiermee omgaan, weer een ander gaat aan de slag met meten en weten in de kunst of de muziek en een laatste groepje kinderen gaat aan de slag met de rekenkundige en wiskundige aspecten van meten en weten. De klas gonst van de bedrijvigheid. Er is een ruimte waarin kinderen in stilte onderzoek doen, er is ruimte voor overleg, voor experimenten en voor presentaties. Kinderen zitten soms, maar ze bewegen ook, en ze ontspannen. Ze maken gebruik van het gegeven dat beweging de ontwikkeling van het brein en het leren bevordert. En ze passen dat vlekkeloos in het thema in.
Geen voorgekookte methodes meer, alles wat er te leren valt openbaart zich iedere dag weer. Kennis staat wel op internet, we hebben onderzoekers, uitvinders, ondernemers, uitvoerders en teamspelers nodig die iets met deze kennis kunnen doen.

Mijn droom: gretige en enthousiaste leerlingen en leerkrachten met als gezamenlijke focus talentontwikkeling en experiment om als mens en samenleving te groeien waardoor er overvloed voor iedereen ontstaat. Met een waanzinnig rendement: meer eigen verantwoordelijkheid, gesocialiseerde klassen, focus, ambitie, plezier en motivatie. Kindkracht dus!

Beste minister Schippers,

U zult het goed bedoelen, alleen ben ik uw betutteling helemaal zat. Ik heb er geen goed woord voor over. Samen met die sceptische mensen van de Stichting Scepsis. Ik wil de autonomie en het recht op de zorg van mijn lijf en gezondheid terug. Ik wil desnoods geloven in alle illusies waar u en de uwen zo bang voor zijn. Ik wil nog liever opgelicht worden door honderd kwakzalvers, dan dat er iemand voor mij gaat bepalen of iets wel of niet goed is. Ik wil mijn recht op informatie terug, ik wil dus ook bijsluiters over mijn “natuurlijke medicijnen” en gekke preparaatjes. Ik wil vrij op internet en in wat voor alternatief circuit dan ook bepalen wat ik wil gebruiken. Dat betekent dat ik wil dat die producenten gewoon vermelden waar hun “preparaat” voor is. Ik ben geen onwetende minkukel die door jullie bewindslieden klein en dom wil worden gehouden.
Ik geloof in vrij ondernemerschap, eigen verantwoordelijkheid en af en toe in woeste experimenten. Ik ga voor risico en autonomie. Veel medicijnen zijn nuttig en noodzakelijk. Echter er is gelukkig ook nog veel meer wat werkt. Ik weet dat illusies werken, mentale kracht en placebo’s ook. Dus gun mij deze zogenaamde kwakzalvers en laat mij de bijsluiters lezen met niet wetenschappelijke voorlichting over mijn homeopathische middeltjes en kruidenthee.

Hetzelfde geldt voor de natuurlijke zaden voor mijn moestuintje die ik door jullie verkwanseling van mijn recht op vrije keuze straks verdwijnen, ten koste van genetisch gemanipuleerd zaad. Ik zeg niet dat dat zaad verkeerd is, maar ik wil mijn recht op vrije keuze en ik wil dolgraag een vrij aanbod van wie dan ook op wat voor gebied dan ook.
Ik weiger overgeleverd te worden aan jullie betutteling en de bizarre keuze van jullie voor bedrijven als Bayer en aanverwante multinationals, die straks monopolist zijn op medicijngebied maar ook op het gebied van zaden, plantveredeling en diervoeder. Ik vind deze ontwikkelingen zeer verontrustend en griezelig.
Honderd keer liever een prettige illusie door alternatieve gezondheidsfreaks die sappelen en experimenteren met biologische zaden en voedsel, dan overgeleverd te zijn aan de manipulators van de biochemische bedrijven en griezelige medicijn promotors. Geef mij maar moedernatuur en beteugel alsjeblieft die vreselijke sceptici van de stichting scepsis en de fanatici onder de medicijnwetenschappers.
Alertheid heb ik niks op tegen, maar wel op de huidige betutteling en de uitlevering van onze gezondheid en welzijn aan de grote medicijnproducenten en hun dienaren.

O ja en misschien wel het allerbelangrijkste, dan zijn er moedige oncologen die kinderlevens willen redden met experimentele medicijnen dan mag dat ook weer niet. Betuttel deze levensredders niet. Geef ze de ruimte dat te doen waar ze voor staan, namelijk kinder- en mensenlevens redden.

Ik wil Nederland terug als een vooruitstrevend, ondernemend en progressief land wat voorop loopt in de wereld. Stop de betutteling, het inperken van mijn rechten en alle leven beperkende regeltjes. Geef ruimte aan autonomie, creativiteit, ondernemerschap en durf.

Gegroet,

Albert Aukes

 

Op een zondagmiddag maken we een ommetje door het dorp. Al lopend valt mijn oog op een nieuw schoolgebouw. Van buiten ziet het er mooi uit met wel een heel klein schoolplein. Nieuwsgierig gemaakt wil ik ook wel eens kijken hoe de lokalen er van binnen uitzien. Ik loop het kleine plein op en kijk door een raam naar binnen. Tot mijn verbijstering zie ik een heel klein hok vol met tafeltjes en stoeltjes, een digibord en een lessenaar. Er ligt zeil op de vloer en het oogt bar ongezellig, vooral rommelig en overvol. Ik loop verder naar de andere lokalen. Hier zie ik hetzelfde beeld. Hele kleine hokjes, een lokaal mag het niet heten, vol met meubilair. De aankleding is armoedig en het gebrek aan tekeningen, kunstwerkjes e.d. voelt voor mij schrijnend aan. Ik vraag me ter plekke af of wij hier in Nederland stapelgek zijn geworden door dit soort scholen te bouwen.

Het is net alsof ik zojuist kennis heb gemaakt met de kinderbioindustrie. “We maken plofkinderen “, gaat het door mij heen. In een dergelijke ruimte was ik als kind vast snel ontploft, met zoveel andere kinderen zo dicht op mijn huid. In de bio-industrie weten boeren dat beesten agressief worden als je ze te dicht op elkaar zet. Hebben overheden en beleidsmakers wel enig idee van hoe dat werkt bij kinderen? Het overschot aan prikkels spreekt voor zich in zulke nauwe ruimtes. Laat staan dat er voldoende zuurstof in de lucht zit waarop die arme hersentjes moeten lopen.

In een dergelijk kleine ruimte met zoveel mensjes bij elkaar die hun geluidjes, geurtjes en territoriumgedrag hebben zullen de kinderen zich wel moeten afsluiten voor elkaar. Als ze dan nog geen adhd of pddnos of zoiets hebben, ontwikkelen ze die wel in onze moderne leeromgevingen. Concentratie is een illusie voor de meeste kinderen in zulke leeromstandigheden. Ik heb medelijden met de leerkracht die voor de klas moet staan en z’n werk moet doen in zo’n benauwende ruimte. Een hok vol lieve aandacht vragende kinderen, die door het gebrek aan ruimte en overzicht last van elkaar gaan krijgen, door het niet vrijuit kunnen bewegen en in die omstandigheden ook nog eens wat moeten leren.

Kinderen dienen ruimte en lucht te hebben om te kunnen leren en presteren. Het is daarnaast heel erg belangrijk dat er rust is en een sfeer van veiligheid en geborgenheid. In die plofhokken lijkt het mij volstrekt onmogelijk dit te kunnen waarborgen.

 Extra schandalig vind ik het dat onze overheid  maar van alles nieuw bouwt met wel bijzonder veel ruimte voor al die volwassenen in hun “mega belangrijke” kantoorruimtes. Een politiebureau hier om de hoek die na een half jaar gebruik nu nog maar door een halve man en paardenkop wordt bevolkt.

 

Ik pleit er hartstochtelijk voor dat kinderen op school grote ruime lokalen en een groot schoolplein te hebben, waar ze kunnen leren, werken, ravotten en spelen met elkaar. Een school hoort naar mijn mening in alle opzichten aantrekkelijk  te zijn in plaats van onoverzichtelijk dom opgepropt te zitten in een kaal hok waar het vooral gaat over taal en rekenen om maar “citoproof” te zijn!  

Kinderen verdienen topkwaliteit onderwijs, te beginnen met perfecte leef- en leerruimtes. Hoe minder omgeving- en ruimtestress, hoe relaxter kinderen hun ding kunnen doen en hoe beter de omstandigheden zijn om tot leren en ontwikkelen te komen.

 

Weg met die ploflokalen, laat ze maar mooi ontploffen.

 

Ik heb onlangs iets meegemaakt wat ik voor mezelf vrij confronterend vond. Ik voelde agressie naar een hulpverlener. Ik vind het gênant en zelfs spannend om over te schrijven. Toch moet het me van het hart.

Regelmatig hoor ik op het nieuws dat er weer hulpverleners de klos zijn door uitbarstingen van agressie. Ik vraag me al lange tijd af wat mensen bezielt om agressief tegen hulpverleners te doen. Welke reden hebben ze daarvoor, terwijl er hulp wordt verleend? Tot ik iets meemaakte waardoor ik zelf bijna agressief werd jegens een hulpverlener. Ik had dat nooit van mijzelf verwacht. Gelukkig wist ik me te beheersen, maar het scheelde niet veel. Het speelde zich als volgt af:

Ik loop rustig over de markt en bekijk op mijn gemak alle kraampjes. De sfeer is rustig en gezellig. Bij een boekenkraam zie ik een prachtig tweedehandsboek, sla het open en verdwaal erin. Geheel verdiept in het boek ontgaat het mij volledig wat er om mij heen gebeurt. Ik koop het mooie boek en wil mijn weg vervolgen. Ik slenter naar het midden van de straat en bots tegen een man op. Deze man vaart direct kwaad tegen mij uit: ’Ja ga toch eens aan de kant, schiet eens even op zeg, wat doe je hier nog?’ Geheel verbouwereerd wil ik hem vragen waarom hij zo tegen me uitvaart. Maar daar krijg ik de kans niet voor. Hij duwt me aan de kant met de woorden: ‘Heb eens een beetje respect man’. Ik merk dat mijn adrenaline gaat lopen en krijg de neiging heel hard terug te duwen. Ik bijt op mijn tong, want ik wil iets verschrikkelijk lelijks tegen de man in kwestie zeggen. Ineens zie ik een ambulance tussen het publiek door mijn kant uit rijden en begint er net op tijd een lampje bij me te branden. De man probeert waarschijnlijk ruim baan te maken voor de ambulance en ik sta kennelijk in de weg. Het valt me dan pas op dat hij een hesje aan heeft. Bijna ben ik de fout in gegaan jegens deze goedwillende man.

Toch begrijp ik niet wat de reden is dat hij direct zo kwaad moest reageren tegen mij. Had hij dit niet vriendelijker en rustiger kunnen doen? Hoe kon het dat hij zich niet bewust was van het feit dat zijn houding niet direct door mij begrepen werd?

Ik ben in ieder geval niet onmiddellijk afgestemd op een noodsituatie als ik lekker loop te snuffelen. Begint iemand dan zomaar vanuit het niets tegen mij uit te varen dan is er een grote kans dat mijn adrenaline begint te lopen. Gelukkig heb ik geleerd om niet onmiddellijk te reageren in zo’n situatie, maar dat geldt niet voor iedereen.

Door deze gebeurtenis is het nu wel zo, dat als ik weer eens lees of hoor over geweld tegen hulpverleners, ik me afvraag wat er  precies is voorgevallen waardoor zo’n situatie is ontstaan. Ik geloof dat de meeste mensen hulpverleners zeer ter wille willen zijn. Het is belangrijk dat  hulpverleners zich dit realiseren en dat ze juist op deze behulpzaamheid een appèl kunnen doen. Dat werkt beter dan de wijze waarop de hulpverlener uit mijn verhaal reageerde. Bijna waren we tegenstanders geworden en was ik een agressor jegens een hulpverlener geworden. Ik heb een diep respect voor het werk wat deze mensen doen en wil ze graag ter wille zijn. Ik hoop dat ze zich realiseren dat ze met professionele vriendelijkheid -wat als smeerolie kan werken in het contact met het publiek- meer kans hebben op welwillendheid.

Ik pleit er voor, om voorvallen waar geweld is opgetreden, goed te analyseren, zodat er een helder beeld ontstaat waar aanleiding voor geweld of agressie is ontstaan. In emotionele en paniekerige situaties kan de vlam zo in de pan slaan vooral als er alcohol in het spel is. Overigens, voor iedere dronkaard die vanuit een kort lontje zomaar een zorgverlener molesteert, heb ik weinig begrip. Hulpverleners die bij voorbaat het publiek als tegenstander zien lopen daarbij meer risico op agressie dan hulpverleners die er van uit gaan dat het publiek een medestander is.

Belangrijk is het ook om ons te realiseren dat politieagenten ook gerekend worden tot de hulp en zorgverleners. Ik ben erg blij dat we die kant op gaan, maar dat verenigt zich niet echt met het beeld dat agenten harder dienen op te treden en dat er per definitie respect dient te zijn voor agenten.

Respect ontstaat door een respectvolle omgang met elkaar in welke situatie ook, waarbij we wederzijds voelen dat we medestanders zijn.