You are currently browsing the category archive for the ‘Meningsverschillen’ category.

Ze is een zeer gewetensvolle vrouw die altijd haar uiterste best doet de ander ter wille te zijn. Ze is lang en heeft een donkere oogopslag. Haar energie is zacht en een tikje dromerig. Jaren heeft ze gewerkt als P&O adviseur. Een half jaar terug is ze ontslagen. Ze voldeed niet meer aan het nieuwe profiel. De nieuwe P&O medewerkers dienen assertief en proactief te zijn. Haar grootste gebrek was haar dienstbaarheid en haar hulpvaardigheid.

Ze mocht iemand kiezen om haar te helpen een nieuwe baan te zoeken en het verdriet te verwerken. Zo kwam ze bij mij terecht.

Ze vertelt me dat ze te lief is en grenzen wil leren stellen en assertiever worden. “Hoezo te lief?” vraag ik, “wat is er dan mis met lief zijn?”“Volgens mijn manager geef ik mensen te gemakkelijk hun zin en houden ze daardoor geen rekening met mij en de belangen van ons bedrijf.  Hij vindt dat ik hierdoor niet geschikt ben voor P&O werk en ik denk dat hij misschien wel gelijk heeft. Ik moet assertiever worden.”

We gaan aan de slag en onderzoeken haar leervraag. Uiteindelijk komen we er achter dat ze, ongeacht welke baan ze heeft, weer dienstbaar en hulpvaardig zal en wil zijn. Dit zijn haar kwaliteiten en het is belangrijk voor haar dat ze die kan inzetten.

Uit ons gesprek blijkt dat als iemand emotioneel  of dominant overkomt, ze als beschermingsmechanisme in gedachten een soort kamertje creëert waar ze heen kan vluchten. Ze houdt van harmonie en bij disharmonie is dat haar uitweg.  Dit kamertje is stevig begrensd met sterke muren en voelt veilig aan. Het lijkt dan of ze er niet meer is, zodat de mensen om haar heen minder rekening met haar houden. Iemand die er niet is doet er minder toe.  Ze laat van alles over haar heenkomen en zaken aan haar voorbij gaan door haar afwezigheid.

Assertiviteit heeft ze niet nodig en ze hoeft ook geen grenzen te stellen. Ze begrenst zichzelf eerder te veel.  Ze kan haar grenzen en muurtjes beter op heffen en te voorschijn te komen met de kwaliteiten die ze wel heeft, zodat ze gezien wordt. Door aanwezig en in contact te zijn kan ze lief en hulpvaardig naar zichzelf en de ander zijn. Dan is ze in balans met haarzelf en wat ze organisaties kan brengen.

Zodra in ons gesprek haar dit duidelijk wordt valt het kwartje.  “Wat ben ik hier blij mee, want het voelde al zo raar om assertief te moeten doen en grenzen te trekken. Het is alsof er een blok van mijn hart valt. Ik weet niet of het me direct lukt om niet meer naar mijn gedachtekamertje te vluchten, maar ik zal er op letten en er voor zorgen dat ik aanwezig ben.”

Ik was geraakt door deze zachte en lieve vrouw.  Wat een verademing als mensen die zogenaamd te lief zijn te voorschijn komen. Hoezo te lief? We mogen oneindig veel liever zijn naar onszelf en de ander. Vrede op aarde:)

Advertenties

Beste minister Schippers,

U zult het goed bedoelen, alleen ben ik uw betutteling helemaal zat. Ik heb er geen goed woord voor over. Samen met die sceptische mensen van de Stichting Scepsis. Ik wil de autonomie en het recht op de zorg van mijn lijf en gezondheid terug. Ik wil desnoods geloven in alle illusies waar u en de uwen zo bang voor zijn. Ik wil nog liever opgelicht worden door honderd kwakzalvers, dan dat er iemand voor mij gaat bepalen of iets wel of niet goed is. Ik wil mijn recht op informatie terug, ik wil dus ook bijsluiters over mijn “natuurlijke medicijnen” en gekke preparaatjes. Ik wil vrij op internet en in wat voor alternatief circuit dan ook bepalen wat ik wil gebruiken. Dat betekent dat ik wil dat die producenten gewoon vermelden waar hun “preparaat” voor is. Ik ben geen onwetende minkukel die door jullie bewindslieden klein en dom wil worden gehouden.
Ik geloof in vrij ondernemerschap, eigen verantwoordelijkheid en af en toe in woeste experimenten. Ik ga voor risico en autonomie. Veel medicijnen zijn nuttig en noodzakelijk. Echter er is gelukkig ook nog veel meer wat werkt. Ik weet dat illusies werken, mentale kracht en placebo’s ook. Dus gun mij deze zogenaamde kwakzalvers en laat mij de bijsluiters lezen met niet wetenschappelijke voorlichting over mijn homeopathische middeltjes en kruidenthee.

Hetzelfde geldt voor de natuurlijke zaden voor mijn moestuintje die ik door jullie verkwanseling van mijn recht op vrije keuze straks verdwijnen, ten koste van genetisch gemanipuleerd zaad. Ik zeg niet dat dat zaad verkeerd is, maar ik wil mijn recht op vrije keuze en ik wil dolgraag een vrij aanbod van wie dan ook op wat voor gebied dan ook.
Ik weiger overgeleverd te worden aan jullie betutteling en de bizarre keuze van jullie voor bedrijven als Bayer en aanverwante multinationals, die straks monopolist zijn op medicijngebied maar ook op het gebied van zaden, plantveredeling en diervoeder. Ik vind deze ontwikkelingen zeer verontrustend en griezelig.
Honderd keer liever een prettige illusie door alternatieve gezondheidsfreaks die sappelen en experimenteren met biologische zaden en voedsel, dan overgeleverd te zijn aan de manipulators van de biochemische bedrijven en griezelige medicijn promotors. Geef mij maar moedernatuur en beteugel alsjeblieft die vreselijke sceptici van de stichting scepsis en de fanatici onder de medicijnwetenschappers.
Alertheid heb ik niks op tegen, maar wel op de huidige betutteling en de uitlevering van onze gezondheid en welzijn aan de grote medicijnproducenten en hun dienaren.

O ja en misschien wel het allerbelangrijkste, dan zijn er moedige oncologen die kinderlevens willen redden met experimentele medicijnen dan mag dat ook weer niet. Betuttel deze levensredders niet. Geef ze de ruimte dat te doen waar ze voor staan, namelijk kinder- en mensenlevens redden.

Ik wil Nederland terug als een vooruitstrevend, ondernemend en progressief land wat voorop loopt in de wereld. Stop de betutteling, het inperken van mijn rechten en alle leven beperkende regeltjes. Geef ruimte aan autonomie, creativiteit, ondernemerschap en durf.

Gegroet,

Albert Aukes

Het is de middag van oudjaarsdag, ik rijd  rustig over een landweggetje naar het carbidschieten, wat even verderop in het weiland is toegestaan. Het begint al wat te schemeren. Opeens zie ik  een vuurtje branden op de weg. Dichterbij gekomen staat er een auto naast het  vuurtje met een man erin die zoals het lijkt druk aan het praten is tegen de vuurstokers. Zodra wij aan komen rijdt hij iets verder en zet zijn auto neer. Ik ben dol op vuur dus ik stop pal naast het vuurtje. Een drietal opgeschoten jongens staat erbij. Ze ogen erg gewoontjes en misschien zelfs wel wat braaf. Ik draai m’n raam naar beneden en zeg lachend: ’Dat is een mooi vuurtje jongens, ziet er goed uit. Lekker warm ook’. Ik laat een moment van stilte vallen en zeg vervolgens, nog steeds lachend, ‘misschien wel wat een onhandige plek zo’n fikkie half op de weg. Sommige mensen vinden het vast eng om langs dit vuurtje te rijden en daar komt bij dat het asfalt er ook niet zo goed tegen kan. Wisten jullie dat? Er is vast een betere en veiligere plek om een oudjaar vuur te stoken. Wat vinden jullie?’

Een van de jongens kijkt me stomverbaasd aan en zegt  ‘Bent u niet boos? Moet u eens met die man in die auto hiervoor praten, die is hartstikke boos op ons. We willen het heus wel uitmaken hoor. Het brandt niet lang meer en gaat zo vanzelf uit’.

Ik trek mijn wenkbrauwen even op en lach hem toe. ’Hoezo moet ik dan boos zijn?’ Intussen was de man, een lokale hoogwaardigheidsbekleder, uit de auto voor ons uitgestapt en begon de jongens weer op boze toon aan te spreken. ‘Waar zijn jullie mee bezig, dit lijkt nergens naar. Weet je wel hoe duur asfalt is? Dat gaat helemaal kapot.’ De grootste jongen kijkt met een beteuterd gezicht naar de man. De beide andere jongens trekken zich nergens iets van aan en steken  nog even een rotje af. Gelukkig voor de boze mijnheer halen de jongens verder hun schouders op en doven het vuurtje. Mij kijken ze even aan met een blik van verstandhouding en naar de boze mijnheer gaat een blik van minachting.

Ik schud even met mijn hoofd en bedenk me dat deze man geluk heeft dat het niet een groepje jongeren betreft die minder tolerant en braaf zijn of die al wat drank op hadden. Zijn boosheid en ondertoon van agressie had gemakkelijk agressie kunnen oproepen.

Door de jongens op een andere manier te benaderen, met een glimlach en begrip voor hun behoefte om een vuurtje te stoken kreeg ik de blik van verstandhouding. Tja en dat een weg wat minder geschikt is om een vuurtje te stoken, bedenkt een stel opgeschoten knapen zich echt niet , vooral niet op oudjaarsdag.

Ik realiseer me dat er regelmatig gevallen van agressie zullen zijn die onbedoeld opgeroepen worden door goedbedoelende mensen, die menen hun burgerplicht te moeten doen. Helaas weten ze niet altijd de juiste toon aan te slaan en werkt hun ingrijpen contraproductief. Ze beroepen zich op hun volwassenheid, autoriteit of macht. Helaas voor hun werkt dat niet meer vanzelfsprekend in onze samenleving.

Gelukkig maar, want dat betekent dat we aardig op weg zijn naar gelijkwaardigheid in onze samenleving. Het is wel zo dat gelijkwaardigheid een volstrekt andere manier van benaderen vraagt. In plaats van boos te worden of macht uit te oefenen zal je een beroep moeten doen op het inlevingsvermogen en de verantwoordelijkheid van de ander. In de meeste gevallen zal de aangesprokene dan ervaren dat je een medestander bent die je attendeert op iets wat in beider belang is. Boosheid en machtsuitoefening roept tegenstand en weerstand op, omdat je je tegenover de ander plaatst en niet naast de ander gaat staan.

Het vraagt een forse omslag in denken en doen om dit te realiseren. Een mooie en uitdagende opgave voor het nieuwe jaar.

Femmie heeft er de laatste tijd last van dat opmerkingen en gebeurtenissen haar nogal raken. Ze begrijpt niet hoe dit kan. Het is net of ze vroeger wat beter kon relativeren dan nu. Alles komt zo heftig binnen. Ze is nu alweer een aantal jaren hard met zich zelf in de weer om te ontdekken wie ze is en wat ze wil. Op haar geheel eigen wijze heeft ze flink aan haar eigen ontwikkeling gewerkt. Ze heeft het gevoel veel opener te zijn,  haar mening spreekt ze beter uit en ze komt tegenwoordig beter op voor zichzelf. Wat ze alleen nogal lastig vind, is dat doordat ze de dingen beter doorziet, ze zich ook alles wat meer aantrekt. Neem nu bijvoorbeeld haar zuster. Vroeger adoreerde Femmie haar. Haar zus was er altijd en nam een deel van de opvoeding en verzorging van haar moeder over. Haar oudste zus regelde heel veel zaken binnen het gezin. Vaak wist ze te bemiddelen en zorgde dat ieder gezinslid zich prettig voelde.  Maar de laatste tijd doorziet Femmie dat een deel van het gedrag van haar zus bestaat uit manipulatie. Femmie vindt het belangrijk dat haar moeder met de kerst niet alleen is en besluit dit met de broers en zus te overleggen. Zoals altijd neemt haar oudste zus het regelen al vrij snel over. Uiteindelijk heeft ze het zo geregeld dat Femmie en haar broer voor moeder zorgen en zij zelf met de kerstdagen geen familie afspraken heeft. Femmie besluit er wat van te zeggen, maar zus lief draait het direct om door te zeggen: ‘Hoezo klaag je nu? Het lijkt wel alsof je de kerst niet samen met moeder door wil doorbrengen. Je moet toch blij zijn dat jij de eerste kerstdag met moeder  door kan brengen.’ Door deze opmerking raakt Femmie volledig van slag. Ze vindt het gemeen van haar zus. Ze komt er steeds meer achter komt hoe haar zus dit doet en ze probeert zich er wel voor af te sluiten maar dat lukt niet echt. Vooral omdat ze de laatste tijd overal om zich heen mensen meemaakt die op dezelfde manier konkelen en bezig zijn met hun eigen belang. Femmie wordt er misselijk van.

Op een dag zit ze te kletsen met een spontane, verfrissende jongeman die net in haar team is komen werken. Zijn naam is Alex. Hij is open en ongedwongen. Ineens steekt ze haar hele verhaal af. Hij luistert en na haar relaas zegt hij:’ Volgens mij is je zuster niet veranderd en al die andere mensen ook niet. Ik geloof dat jouw ogen geopend zijn en de dingen die gebeuren nu beter kan zien.’  ‘Hoe bedoel je?’ vraagt ze. ‘ Je ziet nu heel scherp wat er gebeurt en hoe je zus handelt. Vroeger keek je met andere ogen naar je zus. Je zag alleen de positieve dingen. Dus zag je alleen datgene wat je wou zien. De rest kon je niet zien. Het probleem is dat je nu met een hele scherpe blik te veel focust op het negatieve. Je kijkt met een haviksblik en dat is waar je tegen aan loopt op dit moment.’ Femmie trekt haar wenkbrauwen omhoog en vraagt opnieuw:’ Hoe bedoel je dat?’ Alex legt uit dat ze een valkuil heeft gecreëerd door in plaats van de roze bril op te zetten, nu de haviksbril heeft opgezet. Hij vergelijkt het met een sterk vergrootglas waarmee je naar een gezicht kunt kijken. Het gezicht van zelfs de knapste persoon wordt dan een soort van maanlandschap. Hij stelt Femmie voor om zich af te vragen wat er gebeurt als ze wat meer gaat uitzoomen. Dus in plaats van de haviksblik met de ogen van een paard te gaan kijken. Paarden kijken niet gedetailleerd maar zien de hele omgeving. Ze kijken als het ware met zachte ogen.

Tijdens dit relaas vullen Femmie haar ogen zich met tranen. ‘ Ik denk dat ik het begrijp’, snottert ze ‘ik zie net als vroeger maar een klein deel van het hele spectrum. Ik mag ook de positieve kant van mijn zus niet vergeten. Alles hoort er bij, het mooie en minder mooie. Ik probeerde steeds maar mijn negatieve gedachten los te laten maar dat lukte me maar niet. Dat kon ook niet zolang ik door het vergrootglas bleef kijken.’ ‘Precies’, beaamt Alex ’je hoeft ook niks los te laten. Als je alles van een ander kunt zien vul je het gehele spectrum van diegene en ontstaat er evenwicht en dus neutraliteit. Je ziet een compleet mens met alle mooie en slechte kanten.’Femmie begint te stralen en realiseert zich dat ze nu ineens Alex ook heel anders ziet. Hij is meer dan alleen een jong en nieuw teamlid. Ze is stomverbaasd over zijn inzicht en levenswijsheid. Wie had dat kunnen denken? Ineens schaamt ze zich, want ze heeft best een aantal mensen om zich heen tekort gedaan met haar haviksblik. Ze besluit voortaan, naast haar scherpte, ook met zachte ogen te kijken om het hele spectrum van ieder mens goed te kunnen waarnemen.

Advertenties